by Ellis
(Arcen)
Vraag van Ellis,
Ik ben een 35 jarige moeder en heb 4 kinderen in de leeftijd van 6 t/m 15 jaar. Het jongste kind, Bram heeft PDD-NOS en de oudste Timo heeft ADD. Ik voel me elke dag een scheidsrechter in huis en dat maakt me zo wanhopig. Soms zie ik zelf de oplossing niet meer en weet ik het niet meer. Welke tip kun jij me aanreiken Karin?
Antwoord van Karin:
Allereerst Ellis wil ik je complimenteren dat je dit vraagt. Ik kom veel ouders tegen die vragen om hulp zien als ‘falen’. Ik vraag ze dan vaak of ze meteen na hun geboorte al konden auto rijden.
Waarop de meeste mensen met nee antwoorden. Opvoeden valt, in mijn ogen, namelijk te vergelijken met autorijden. Je zult ongetwijfeld wel eens al kind als bijrijder in een auto hebben gezeten en gezien hebben hoe die ander de auto bestuurde.
Toen je echter zelf je rijbewijs ging halen ben je eerst een aantal lessen gaan nemen omdat je (nog) niet wist hoe precies een auto te besturen. Na een x aantal lessen had je voldoende kennis en behendigheid en ben je geslaagd. Daarna begon het echte werk pas echt. Je moest alleen op pad om te ervaren hoe het was om zonder instructeur te rijden, bij weer en geen weer. Hoe het was om file te moeten parkeren in een overvolle stad of hoe je een stijle bergpas moest oprijden in Oostenrijk. Je hebt pas leren autorijden toen je het rijbewijs op zak had dus.
Het opvoeden van je kind lukt vaak ook niet zomaar meteen. Je hebt als ouder deels wat geleerd over opvoeden van je moeder of zus, van de dame op het consultatiebureau of je hebt een boek gelezen. Deels voedt je jouw kind op vanuit intuïtie, maar deels ook omdat je dingen gezien of gehoord hebt. Er zijn maar weinig ouders die een opvoedcursus volgen voordat ze kinderen krijgen. Wat op zich nog niet eens zo gek idee zou zijn. Vanuit de praktijk heb je dus de dingen geleerd en bent dit gaan toepassen. Soms pakt dat goed uit en soms ook niet en moet je dingen bijstellen.
In jouw gezin, Ellis, zien we dat er buiten het opvoedkundige stuk nog een aantal andere zaken meespelen namelijk Autisme, ADD en de puberteit. Dit maakt opvoeden nog lastiger dan het soms al is. Bram en Timo hebben Autisme en ADD. Enkele kenmerken hiervan zijn dat ze moeite hebben met het overzien van situaties en zich moeilijk kunnen verplaatsen in een ander. Ieder kind heeft zijn ‘eigen waarheid'. Dus hoe ga je daar nu mee om als ouder?
Straffen heeft in mijn beleving geen enkele zin. Het maakt je kind angstig en het zelfvertrouwen zal hierdoor zeker niet groeien. Sterker nog, het zal alleen maar afnemen. En dan te weten dat jouw kind met ADD vaak al een slecht zelfbeeld heeft.
Dagelijks krijgt hij al te horen dat hij beter moet opletten, nog beter zijn best moet doen of toch eens wat aardiger moet zijn voor andere kinderen.
Bram, jouw kind met PDD-NOS heeft meer denktijd nodig om te begrijpen wat er om hem heen gebeurd. Hij pikt fragmenten op uit zijn omgeving op en puzzelt deze aan elkaar. Dit kost extra tijd en geduld voor zijn omgeving. En dat zorgt bij Timo mogelijk voor de nodige frustratie want die wilt de dingen graag snel doen.
Tevens zijn zowel Timo als Bram hele gevoelige kinderen die de hele dag hun ‘filter’ open hebben staan. D.w.z. geluiden, beelden, geuren en gevoelens komen dubbel zo hard binnen bij hun. Het is moeilijk voor ze om die zintuiglijke prikkels af te remmen of op de achtergrond te plaatsen. Dit maakt dat ze snel ‘overprikkelt’ raken door hun omgeving en dat zorgt er vervolgens voor 'ongewenst gedrag'. En zo is de cirkel weer rond!
Tips;
Wat beide kinderen goed van pas zal komen is consequent gedrag van ouders en duidelijke afspraken binnen het gezin. Een gestructureerde leefomgeving met veel ritme. Beide kinderen hebben graag houvast.
Het werken met picto’s en een dag- of weekplanner zou een goede optie zijn.
Tevens zou je kunnen denken aan een beloningssysteem wat je samen met Bram en Timo bedenkt. En maak dat visueel dit werkt positief.
Timo zal gezien zijn leeftijd van andere beloningen gemotiveerd raken dan Bram. En belonen zorgt bij beide kinderen voor een positieve stimulans.
Op deze manier maak je grote kans dat het ‘oude, ongewenste gedrag’ van ruzie maken uitdooft en een nieuw gedrag plaats neemt.
Let wel, het ‘inslijten’ van nieuwe gedragspatronen heeft meer tijd nodig bij kinderen met Autisme en ADHD. Stop dus niet te snel en geef het de tijd.
Ik hoop je op je hebben kunnen ondersteunen met enkele tips en uitleg en wens jou en je kinderen veel succes bij het toepassen van de tip. Heb je vragen of opmerkingen dan hoor ik het natuurlijk graag van je.
Groetjes,
Karin van den Beuken